Ik heb geen rijbewijs. Ik reis dus met het OV. Dat heeft ook zo zijn voordelen: rustig wakker worden met een kop koffie, de mail bijwerken, de Metro lezen, uit het raam staren en wat dromen, genieten van het landschap en, af en toe, van reeën. Een ander voordeel is, en ik vind dat leuk, is in gesprek raken met medereizigers. Niet dat het me vaak gebeurt, maar toch.

Een tijd geleden raakte ik in gesprek met twee scholieren uit 4 HAVO. Ze hadden een excursie gehad langs de IJssel en in de IJsseldelta. Ze lieten zien wat ze hadden gedaan en vroegen mij uit over wat ik wist van de delta. Ze hadden nog niet op alle vragen een antwoord. En ik was er geboren en getogen. We raakten aan de praat over de natuur, het moois in de natuur, en over plekjes waar je je even terugtrekt om te genieten van al het moois. En, zoals dat vaker gaat, kwam het gesprek ook op de vraag wat je doet. Zij waren scholier, maar wat deed ik? Ik vertelde dat ik onderweg was naar Enschede omdat ik daar werk voor een christelijke studentenorganisatie. Beide scholieren reageerden met de opmerking dat zij niet gelovig waren. Een van de hen vroeg me daarop of geloof belangrijk voor me was. Het antwoord was ‘ja’. Waarop hij me vroeg: ‘Als het zo belangrijk voor je is, dan wil je dat delen, toch?’ Ik knikte, enigszins aarzelend en afwachtend. Waarop hij zei: ‘Maar waarom heb je het er dan niet over met mij? Waarom ga je dan niet met mij in gesprek over het geloof, als het voor jou zo belangrijk is?’ Een niet-christen daagde me uit missionair te zijn.             


Loading