Ik ontmoet regelmatig mensen die niet zo goed Nederlands spreken. In één van onze projecten, een spelinloop voor ouders met kinderen, is er vaak een ‘taalmaatje’. Een vrouw die niet zo goed Nederlands spreekt, maar wel de taal wil leren. Ze helpt bij de inloop van de kinderen en hun ouders en leert zo zelf beter Nederlands te spreken. Verlegen glimlacht ze naar me als ik haar zie. Ik vind haar dapper, want hoe moeilijk moet het zijn om Nederlands te leren als je droomt in het Turks.

Mijn zwak voor deze vrouwen wordt nogal aangewakkerd omdat ik zelf ook niet zo goed ben in het leren van een vreemde taal. Ik vind vooral ook helemaal niet leuk. Een paar weken op vakantie stuntel ik ‘dankjewel’ en ‘goedemorgen’ en kan ik er nog wel om grinniken. Maar ik ben altijd zó opgelucht als ik me verstaanbaar kan maken in het Engels of Nederlands.

Er is die typische verlegenheid op het gezicht van mensen die zich niet verstaanbaar kunnen maken. Het is een verlegenheid waardoor je iemand bijna niet kan leren kennen, omdat er voortdurend een taalbarriere voelbaar is. Soms heb ik dit gevoel van verlegenheid ook als dominee. Ik heb de mazzel dat ik graag praat en vaak goed mijn woorden weet te vinden. Ik spreek vrijmoedig over mijn geloof. Maar toch heb ik soms ook dat typische gevoel van verlegenheid wat je voelt als je je niet verstaanbaar kan maken. Alsof mensen mijn geloof niet echt kunnen leren kennen omdat er een taalbarriere is.

De taal van het christelijk geloof is moeilijk te verstaan. Het is een taal voor insiders. De insiders zijn de mensen die deze taal vloeiend spreken en altijd begrijpen wat er wordt bedoeld. Het zijn kerkmensen en ex-kerkmensen. En vooruit, ook een clubje mensen die een hele leuke godsdienstleraar hadden op school. Maar als je daar niet bij hoort, leer je deze taal maar moeilijk te begrijpen.

En als je het mij vraagt is de christelijke taal waarin wij als insiders spreken over God ook niet bezig om zich te vernieuwen. Zoals het Nederlands zich vernieuwt. Het is een onbewust proces waar iedereen  vanzelf aan meedoet. Omdat de taal reageert op de veranderende cultuur. Maar die natuurlijke vernieuwing en aanpassing van de taal mis ik in de christelijke manier van spreken over God. We zijn voorzichtig en zeggen vaak en veel hetzelfde. Hoewel we blijven spreken over God, zwijgen we tegelijkertijd vanwege ons christelijk en kerkelijk jargon. 

Ik zie het als mijn missie om te zoeken naar nieuwe taal om het evangelie beter verstaanbaar te maken. Beter verstaanbaar, maar zonder taalverloedering. Zonder dat ik de ziel van verhaal aantast. Ik wil het evangelie niet in turbotaal, tweets of Jip en Janneketaal ten grabbel gooien. Zo simpel kan een waar en goed leven ook niet verkrijgbaar zijn. Maar hoe dan wel?

Ik puzzel al jaren met de verstaanbaarheid van het evangelie. Ik lijk de woorden zelf goed te kunnen vinden als ik een preek schrijf. Maar in een gezelschap van outsiders voel ik hoe ik begin te blozen. Het is die typsiche verlegenheid…..Dat roept bij mij de vraag op hoe wij onszelf beter verstaanbaar maken.

Mijn vraag is: 

Is de kerk toe aan een nieuwe manier van spreken over God? En is dat dan een kwestie van taal of van theologie? Of is het evangelie moeilijk te verstaan is, omdat het ten diepste een mysterie is? Zowel voor insiders als outsiders?


marleenblootens
Marleen Blootens
Dominee in Indische buurt, Amsterdam Oost.
Tags: 100% Inclusieve kerk, LMF
Loading